Ritucharya – de 6 seizoenen

In de ayurveda onderscheiden we 6 seizoenen:

  • SHISHIRA (15 jan – 15 mrt) de late winter
  • VASANTA (15 mrt – 15 mei) lente
  • GRISHMA (15 mei – 15 juli) zomer
  • VARSHA (15 juli – 15 sep) regen seizoen
  • SHARADA (15 sep – 15 nov) herfst
  • HEMANTA (15 nov – 15 jan) winter

Deze seizoenen hebben ook een grote uitwerking op onze DOSHAS

SHISHIRA (De late winter) We voelen ons fysisch minder sterk en het risico op ziektes is hoog. Kapha dosha is hoog. Ons verteringsvuur (Jattah Agni) is hoog, neem dus warme voeding, zuivelproducten zijn aangeraden; vermijdt de smaken pikant, bitter, wrang en streef naar de smaken zuur, zout en zoet in je voeding. Pitta dosha is in balans, Vata neemt af. Het ideale seizoen voor warme olie massages.

VASANTA (Lente) Pitta dosha is hoog; ons verteringsvuur neemt af. Nuttig dus goed verteerbaar voedsel. De aangewezen smaken van het voedsel zijn nu net wél pikant, bitter en wrang, terwijl zware maaltijden moeten vermeden worden. Een droge poedermassage (Udvartana) is heilzaam in deze periode. Vata is in balans. Kapha is nog steeds hoog en vraagt aandacht. Zorg er vooral voor dat je veel beweging hebt tijdens dit seizoen.

GRISHMA (Zomer) Pitta neemt terug af, net als Kapha. Vata is nog steeds in balans. Onze fysiek neemt weer af. Vermijdt te zware inspanningen. Ons verteringsvuur gaat naar zijn laagste peil en dat blijft zo ook tijdens het volgende seizoen. Vermijdt dus te zware gerechten en zorg ervoor dat je veel vocht inneemt. De aangewezen voeding is vochtrijk fruit. Vermijdt zout en pikante smaken.

VARSHA (regen seizoen(*1)) Vata is hoog, Kapha is in balans en Pitta neemt nog steeds terug af. Onze fysiek is nog steeds zwak net als ons verteringsvuur. We eten best zuur en zoutrijke voedingen maar zware maaltijden moeten vermeden worden. Warme baden en massages met olie zijn aangewezen in deze periode.

SHARADA (herfst) Kapha en Pitta zijn in balans, Vata is hoog. Ons verteringsvuur neemt weer toe. De aangewezen smaak is zout. Pikant, bitter, astragant en zoet is te vermijden. Vermijdt vet en vlees van waterdieren in dit seizoen. Vlees van landdieren kan wel in dit seizoen. Eet vooral enkel als je honger hebt maar dat is eigenlijk een algemeen geldende regel voor alle seizoenen.

HEMANTA (winter) Kapha en Vata zijn hoog, Pitta is in balans. Ons verteringsvuur is weer normaal. Nu is het de periode van de warme gerechten. Koude gerechten verhogen Vata en moeten vermeden worden. De aangewezen smaken zijn zoet en zout.

Samengevat:

  • Tijdens de winterseizoenen (HEMANTA en SHISHIRA) is ons verteringsvuur AGNI sterk en kunnen we dus warme maaltijden aan.Tijdens deze seizoenen zal het gewicht toenemen.
    KAPHA kan hoog worden tijdens dit seizoen.
  • Tijdens de lente en de herfst (VASANTA en SHARADA) neemt het verteringsvuur af en moeten we opletten wat we eten.
    PITTA kan hoog worden tijdens de lente.
  • Tijdens de zomerseizoenen (GRISHMA en VARSHA) is ons verteringsvuur zwak en moeten we licht verteerbare maaltijden nemen, vooral gebaseerd op fruit. Tijdens deze seizoenen zal het gewicht afnemen, is dat niet zo dan moeten we opletten want er kan een ziekte uit voortvloeien.
    VATA kan hoog worden tijdens de herfst.

(*1) De seizoenen zijn gebaseerd op het klimaat en de seizoenen in Indië maar de raadgevingen zijn uiteraard ook hier van toepassing

Hitbhuk, Mitbhuk en Ritbhuk – de correcte voedingsgewoonte

Hitbhuk

Eet voedsel dat goed is voor de gezondheid. Eet niet alleen voor je tong! Als je enkel eet wat je lekker vindt, zal je je maag bederven en ziek worden.

Mitbhuk

Eet met mate. Eet goed voedsel met de juiste hoeveelheid. Een overdaad aan een bepaald soort voedsel zal je ziek maken. Als je nectar drinkt in overdaad wordt het vergif. Als je zin hebt in vier appels, stop dan na de derde.

Ritbhuk

Het volstaat niet enkel Hitbhuk na te streven. Als je diep spiritueel wil worden is het nodig dat je ook Ritbhuk wordt. Ritbhuk betekent dat het voedsel dat je eet op een eerlijke manier verworven wordt door duurzaam verdiend geld, niet door te bedriegen of te stelen … enz.

Rasa’s (smaken)

In de Ayurveda zijn er 6 “smaken”. Die zijn gevormd vanuit de basiselementen. De ideale maaltijd is samengesteld met een evenwichtig aandeel van alle zes van deze rasa’s.

Deze rasa’s zijn:

  • zoet – MADHURA vb: suiker, melk, honing, rijst, brood, zoete vruchten
  • zuur – AMLA vb: yoghurt, citroen, kaas
  • zout – LAVANA vb: zout
  • pikant, scherp – KATU vb: peper, gember
  • bitter – TIKTA vb: spinazi, koffie, groen bladgroenten
  • wrang, astragant – KAHAYA vb: onrijpe banaan, granaatappel

Afhankelijk van je constitutie (dosha) vermijd je beter het gebruik van bepaalde smaken, of heb je juist baat bij bepaalde smaken. De meeste mensen hebben een combinatie van die constituties maar er kunnen altijd excessen zijn.

Hoe weet je nu of je een exces hebt van een bepaalde dosha?

Voel je je vaak futloos, heb je een trage vertering, slaap je overdreven veel of heb je te kampen met overgewicht, dan is er een grote kans dat dit wijst op een kapha-exces. Vermijdt zoet, zuur en zout en eet meer pikant, bitter en wrang.

Raak je snel gefrustreerd, boos, geïrriteerd of veel té ongeduldig, dan kan dit best wijzen op een pitta-exces. Vermijdt zuur, zout en pikant en eet meer zoet, bitter en wrang.

De fenomenen van personen met een vata-exces zijn: rusteloosheid, moeilijk in slaap geraken, te snel vermoeid zijn, neiging hebben tot constipatie, last van angstgevoelens of te snel zorgen maken, té mager zijn. In dit geval vermijd je dus best pikant, bitter en wrang en nuttig je beter meer eetwaar met zoet, zuur en zout.

De dathus (weefsels)

In de ayurveda spreekt men in de voedsel-verteringsketen van 7 dhatus. (“Weefsels”) namelijk:

  • RASA
  • RAKTA
  • MAMSA
  • MEDA
  • ASTHI
  • MAJJA
  • SHUKRA

Dathus ontstaan telkens dank zij JATHAR AGNI (spijsverteringsvuur)

Vanuit het genuttigde voedsel, ontstaat eerst RASA: de voedingssappen. Het resultaat van RASA is de “voldoening”: de honger is verdwenen, men voelt zich “tevreden”.

Vervolgens, onder invloed van AGNI (= het “verterings-vuur”) ontstaat er RAKTA: het bloed. Het bloed geeft de zuiverheid en de kleur van de huid.

Daarna, opnieuw onder invloed van AGNI ontstaat MAMSA: de spieren. MAMSA zorgt voor de groei en de kracht.

De volgende fase is (telkens weer door middel van AGNI) MEDA: de vetten. MEDA levert zweet maar ook de flexibiliteit van de huid en de schoonheid.

Daarna ontstaat ASTHI: de beenderen. ASTHI levert aan het lichaam zijn vorm maar zorgt ook voor de groei van het haar en de nagels.

Na ASTHI komt MAJJA: de huid, het merg, de omhulsels. MAJJA levert ons de liefde en de affectiviteit.

Tenslotte ontstaan SHUKRA: de charme, voortplantingsorganen, hormonen. SHUKRA geeft ons de verleidingskracht en schoonheid.

Uit het residu van SHUKRA ontstaat een laatste weefsel dat in feite een puur etherisch omhulsel is, namelijk: OJAS. OJAS betekent “licht”: het licht dat ons lichaam uitstraalt, de schoonheid en kracht , de onschuld van het kind. OJAS is eigenlijk onze ware aard: onze persoonlijkheid.

De overgang van de lagere dathu naar een hogere gebeurt dus telkens door middel van JATHAR AGNI: het spijsverteringsvuur. Vandaar dat men in de ayurveda zo’n groot belang hecht aan dit verteringsvuur: als JATHAR AGNI geblokkeerd zit, stroppen alle dathu’s en ontstaan kwalen. De ayurvedische massages zullen steeds focussen op JATHAR AGNI en er naar streven dit verteringsvuur terug aan te wakkeren, zoals ook een haard moet blijven branden om warmte te geven!

De producten van de dathus:

De dathu’s produceren dus:

  • Hun eigen weefselvoeding
  • De voeding voor de volgende dathu
  • Het afvalproduct eigen aan de dahtu (KITTA)
  • Een bijproduct (UPA DATHU)

Bijproducten van de dathus: de UPA DATHUs:

UPA DATHUs zijn producten die nuttig zijn voor het lichaam maar die het niet voeden. De drie UPA DATHUs zijn:

  • ARTAVA (baarmoedervocht, wordt menstruatiebloed)
  • GARBA (het vocht waarin het embryo leeft)
  • STANYA (moedermelk)

Residu (afval) producten van de dathus: de MALAs:

De residus van de spijsvertering en drank noemt men de MALA’s:

  • PURISHA (stoelgang)
  • MUTRA (urine)
  • PRASWEDA (zweet)

Het is van zeer groot belang dat deze MALAs goed geproduceerd worden. Ze geven ook een indicatie over de “gezondheid” van het lichaam.


De trigunas: Sattva, Rajas en Tamas

Ayurveda associëren we meestal met een fysiek gezonde manier van leven: gezond eten, gezonde leefgewoontes, … maar naast deze zorg voor ons fysisch lichaam is het nog belangrijker te zorgen voor de gezondheid van onze geest.

De vedas onderscheiden verschillende niveaus in de mens:

  • De zintuigen (Panca Jnanendriyas)
  • Het verstand (Manas) en het ego (Ahamkara)
  • De intelligentie (Buddhih)
  • De ziel  (Atman)

De zintuigen (Panca Jnanendriyas)

Doen waarnemingen en geven de informatie door aan het geheugen (citta) dat deze informatie ongeordend opslaat. Voorbeeld: hongergevoel in de maag.

Het verstand (Manas)

Staat boven de zintuigen en formuleert embryonale gedachten. 
In ons voorbeeld: “Ik heb honger en ik wil eten”

Het ego (Ahamkara)

Geeft een eigen betekenis aan die waarneming (Vind ik het fijn of niet?). Het ego wordt gestuurd door verlangens en behoeften. In ons voorbeeld: “Honger is geen aangenaam gevoel. Als ik eet kan ik die behoefte bevredigen.”

De intelligentie (Buddhih)

Dit is ons onderscheidingsvermogen. Het beschikt over zowel de informatie van manas als van ons ego maar is bovendien in staat zich hiervan te distantiëren: het staat erboven en weet te overwegen of een uiteindelijke keuze heilzaam is voor ons of niet.
In ons voorbeeld: “Is het wel verstandig om hier te gaan eten? Wil ik wel in dit restaurant binnen gaan?” Het antwoord op deze vraag zal uiteindelijk resulteren in een handeling: gaan eten en het hongergevoel stillen of niet gaan eten en het hongergevoel negeren.

Deze bovenvermelde interactie is NIET beperkt tot de mensen maar tot alle levende wezens.

De ziel  (Atman)

Dit waren de drie individuele niveaus van ons wezen. Daarboven onderscheiden de Veda’s echter nog een veel belangrijker kosmisch niveau van ons eigen wezen: ATMAN, onze ziel. Zij is volgens de Veda’s de “afspiegeling van het Opperste Zijn”. Ze is in ons maar neemt geen actie. Ze is ook niet verantwoordelijk voor onze daden en kan er niet door beschadigd worden. Na onze dood verlaat ze ons lichaam om al dan niet te reïncarneren in een nieuw lichaam.

Daar komen we tot de kern: het al dan niet reïncarneren is afhankelijk van onszelf. De Bhagavad Gita leert ons dat we onsterfelijkheid kunnen bereiken via het pad van de Wijsheid (kennisverwerving door meditatie) of via het pad van het Juiste Handelen (door een correct leven).

Hierbij worden we echter gestoord door de triguna’s: SATTVA, RAJAS en TAMAS die constant ons dagelijks doen en laten domineren!

SATTVA staat voor “zuiverheid”. Ze is sterk en onkwetsbaar en bindt de mensen door haar verlangen naar geluk en inzicht. Sattva brengt geluk.

RAJAS staat voor “passie”. Ze ontstaat door onze dorst naar genot, gehechtheid, hebzucht en verblindt vaak de ziel door haar drang naar actie en gerichtheid op eigenbelang. Rajas brengt opwinding maar uiteindelijk resulteert ze in verdriet.

TAMAS staat voor “onwetendheid”. Ze is het product van de duisternis, stompt de zinnen af en bindt ons met dwaze gedachten, luiheid en diepe slaap. Uiteindelijk zal Tamas leiden tot mislukking en duisternis.

Dit betekent nu niet dat we moeten kiezen voor een puur Sattva leven: we hebben de trigunas nodig maar niet in gelijke mate. Sattva moet overwegen op de twee andere. Rajas hebben we ook nodig om te overleven, om onze levensdoelen te realiseren, voor het dagelijkse “brood op de plank” maar ook voor het ondernemen van de juiste actie. Tamas hebben we ook nodig om te rusten: zoals bij onze dagelijkse slaap, een moment van verpozing, even lekker luieren tijdens een welverdiende vakantie.

Maar we moeten er dus zeker naar streven ons in ons leven niet te laten meeslepen door Rajas in een spiraal van direct gewin en eigenbelang en nog minder door Tamas door het negeren van onze verplichtingen in een lui en lethargisch bestaan.

Als Sattva afneemt en Rajas en Tamas nemen toe, ontstaan er problemen. Ons mentaal evenwicht is dan verstoord en we kunnen minder en minder het kwade van het goede onderscheiden. Als deze situatie langere tijd blijft aanhouden wordt onze geest gestresseerd wat kan leiden tot stoornissen zoals angsten en depressies.

Maar als Sattva domineert doordat we er in slagen te leven op een serene en eerlijke wijze, met respect en empathie voor de andere, met tijd voor onszelf en onze geestelijke ontwikkeling, dan wordt die zware inspanning (want Rajas en Tamas verminderen is niet zo eenvoudig) ruimschoots beloond door een permanent gevoel van welzijn, geluk en harmonie, zowel in onze geest als in ons lichaam.

Wat je moet weten over de ayurveda – De tri doshas

De Ayurveda is doorspect met sanskriet woorden (doshas, gunas, …) maar laat je daardoor niet afschrikken. Er zijn een paar vaste begrippen die steeds terugkeren en de hele visie steekt heel logisch in elkaar. Toch wel merkwaardig voor een traditionele wetenschap van 5000 jaar voor christus!

Als basis moet je weten dat er volgens de ayurveda 5 universele elementen zijn (Panca Mahabhuta’s):

  • Ether (Akasha)
  • Lucht (Vayu)
  • Vuur (Agni)
  • Water (Apas)
  • Aarde (Prtihvi)

Doshas

Alles wat leeft op aarde is opgebouwd uit deze elementen maar bepaalde elementen kunnen meer doorwegen dan andere. Daarom onderscheiden we drie basistypes (doshas):

  • Kapha (Aarde + Water)
  • Pitta (Water + Vuur)
  • Vata (Lucht + Ether)

Ook de mensen kunnen in deze 3 types ingedeeld worden maar meestal zijn we combinaties van deze types. Als één van deze doshas domineert spreekt men echter van een kapha-type, pitta-type, vata-type. De basiskenmerken van deze drie types zijn:

  • Kapha-type: houdt van structuur en zekerheid in het leven.
  • Pitta-type: houden van avontuur en risico.
  • Vata-type: zijn de creatievelingen onder ons, steeds op zoek, voelen zich nergens “echt thuis”

Je huidige constitutie

Welk type je bent is niet belangrijk maar je moet je wel goed in je vel voelen en dat kan slechts door daar ook zo gepast mogelijk naar te leven. Daarom moet je nog twee begrippen kennen: de “prakruti” en de “vikruti”

Prakruti betekent de natuurlijke aanleg waarmee we geboren zijn. Die wordt bepaald bij de conceptie en blijft je hele leven dezelfde. Er zijn inderdaad kapha-, pitta- en vata-babies en daar is helemaal niets mis mee!

Vikruti betekent de constitutie die we NU hebben. We evolueren namelijk in ons leven? Door externe omstandigheden moeten we ons voortdurend aanpassen en zo ontstaat de huidige constitutie: de vikruti. Deze benadert best zoveel mogelijk de prakruti. Je kan je indenken dat een kapha-baby die later een vata-levensstijl krijgt zich daarbij niet comfortabel zal voelen.

En door deze “mismatch” ontstaan de problemen: ziektes, kwaaltjes, … 

Het enige wat je daaraan kan doen is nadenken over je levensstijl (levensgewoontes, eetgewoontes, beroepskeuze, …) en daar wat proberen aan te doen. Al zal het besef dat je problemen voortspruiten uit deze mismatch ook al een heel belangrijk inzicht verschaffen.

Door deze mismatch ontstaan ook blokkeringen in de energiestromen: het zich “niet goed voelen” is eigenlijk niets anders dan de energie in ons lichaam die stokt en lokaal problemen begint te veroorzaken.