Dinacharya – de dagelijkse cyclus

De ayurveda kent verschillende cycli en één ervan is de dagelijkse 6-delige cyclus: de “dinacharya”.

Onze energieniveaus fluctueren namelijk in de loop van de dag en de nacht en grof geschetst veranderen die om de 4 uur. Alhoewel die afgestemd zijn op het ritme van de dag en nacht (tijdstip opkomende zon, tijdstip ondergaande zon), kunnen we toch als vuistregel beschouwen dat de wijzigingen tussen de cycli plaatsvinden rond 6 uur, rond 10 uur en rond 2 uur, dit zowel tijdens de dag als tijdens de nacht.

Om 6 uur ’s morgens vangt de eerste cyclus aan: de KAPHA cyclus. 

Het is dus ideaal om op te staan om 6 uur ’s morgens, want daarna neemt Kapha toe en Kapha betekent zwaarte en loomheid. Wie te lang slaapt en in volle Kapha pas opstaat, zal de dag dus met een zekere loomheid aanvatten. Begin de dag met een vast ritme en op een rustige manier, neem de tijd voor een licht ontbijt.

Rond 10 uur schakelen we over op een PITTA cyclus.

Deze duurt tot 2 uur in de namiddag. Het is dus de periode dat de zon hoog aan de hemel staat, Pitta betekent vuur en transformatie en die zullen dan ook op dat moment maximaal aanwezig zijn in ons lichaam. Heb je al van nature een hoge Pitta, vermijdt dan zeker de hitte van de zon! Tijdens deze periode worden we gedreven om heel actief te worden en onze dagelijkse activiteiten uit te voeren. Neem gerust een uitgebreide lunch, want door Pitta kan die gemakkelijk verteerd worden.

Rond 2 uur in de namiddag gaan we over in VATA.

Dit is de periode voor creativiteit en het vinden van oplossingen voor onze problemen. Heb je van nature een hoge Vata, dan kan die periode je echter ook onrustig maken, zoek dus een kalme plek om te verblijven tijdens deze cyclus. 

Tegen 6 uur koelt het langzaam af en glijden we opnieuw over in de avondlijke KAPHA periode.

Kies voor een lichte diner en maak je klaar voor de nacht. Eet zeker niet te veel in deze periode om je slaap niet te verstoren. Voer enkel nog rustige aktiviteiten uit, geen verhitte discussies, geen geweldige TV programmas want die kunnen allemaal je slaap verstoren. Geniet van lichte muziek en rustige conversaties met je geliefden.

Om 10 uur ’s avonds vangt dan de tweede PITTA cyclus aan.

Het is belangrijk om op dat tijdstip in bed te liggen. Pitta zal tijdens je slaap je gedachten zuiveren van verontrustende emoties. Er vindt dus opnieuw een transformatie proces plaats maar nu onzichtbaar inwendig. Blijf je wakker tijdens deze periode, dan kan die transformatie niet plaatsvinden en blijft de rommel in je hoofd hangen. Door die inwendige drang naar “verwerking” zal je dan misschien geneigd zijn om naar de keuken te lopen en iets te verorberen maar probeer daaraan toch te weerstaan!

Om 2 uur ’s nachts komt de laatste VATA cyclus.

Deze cyclus zorgt er voor dat je in je slaap de juiste associaties krijgt om de volgende dag je problemen op te lossen: opeens weet je het allemaal. Het is ook een moment van optimale rust en stilte. Je kan wat vroeger opstaan en een korte meditatie of yoga beoefenen en zo rustig de nieuwe dag be

Dieetleer en Ayurveda

De spijsvertering, volgens de ayurveda, gebeurt door JATHAR AGNI (het verterings-vuur). Het vuur verteert ons voedsel en zorgt dat de verschillende weefsels (DATHU’s) gevoed worden. Het is dus van heel groot belang dat AGNI in balans is in ons lichaam.

De indicatoren die aanduiden dat AGNI te laag is zijn:

  • je hebt geen honger
  • je het gassen of constipatie
  • je bent constant vermoeid

Het klinkt evident maar je mag enkel eten als je HONGER hebt, want dan is er ook AGNI, het vuur dat het voedsel zal verteren. Als je toch eet terwijl je geen honger hebt, zal je voedselvertering niet naar behoren werken.

Hoeveel mag je eten?

Dat hangt af van persoon tot persoon. Een goede vuistregel is: “eet het volume van 2 handpalmen”. Na de maaltijd moet je maag dus best gevuld zijn met:

  • een derde VAST voedsel
  • een derde VLOEIBAAR voedsel (ongeveer 180 ml)
  • een derde LEEGTE

De eerste taak van je maag is het voedsel oplossen zodat een voedselbrij ontstaat. Bij zieke mensen is het dus best om direct vloeibaar voedsel te nemen, dat verteert gemakkelijker.

Eet ook niet te snel en niet te traag: je moet gegeten hebben in 20 à 30 minuten. (zie verder: fasen van de voedselvertering)

Als je water drinkt voor de maaltijd, spoel je de enzymen die je het voedsel laten verteren door. AGNI zal dus afnemen. Dat lijkt wel een goede methode om te vermageren maar beter is in dat geval gewoon niet te eten!

Als je water drinkt na de maaltijd, zullen de enzymen toenemen. Je zal dus eerder verzwaren in dat geval!

Het ideaal is dus te drinken tijdens de maaltijd.

Ongeveer 1 uur na de maaltijd drink je best NIETS meer om je maag de gelegenheid te geven het voedsel rustig te verteren.

Het is aangewezen op vaste tijdstippen te eten, dan zullen de enzymen maximaal aanwezig zijn en verloopt de vertering het best.

Fasen van de voedselvertering

  • Inname van complex voedsel. De vertering vindt plaats in de mond en in de maag en het wordt daar omgevormd tot “eenvormig” voedsel. We noemen dit proces de “digestie” en ze duurt 1,5 à 2 uur
  • Het “eenvormig” voedsel wordt geabsorbeerd in het bloed (via de dunne darm). In het bloed spreken we niet meer van voedsel maar van “bouwstenen” voor het lichaam. Dit proces, dat we “metabolisme” noemen, duurt 45 min. à 1 uur
  • De “bouwstenen” in het bloed bestaan uit:
    • energie (om de spieren te doen werken)
    • weefsels (om structuur te creëren zoals bijv. bot en bloed)
    • afscheidingen (hormonen, enzymes, …)

De verwerking van de “bouwstenen” gebeurt in de cellen. Al de rest wordt AMA (afvalstof) die uit het lichaam verwijderd wordt.

Als er een verstoring is van deze verteringsprocessen, ontstaan er ziektes.

Verwerking van het voedsel

  • In de mond en maag wordt dus het complex voedsel afgebroken.
  • In de mond, die alcalynisch is, worden de suikers afgebroken
  • In de maag, die zuur is, worden de vetten en proteïnes afgebroken. De maag is trouwens zo sterk dat ze zelfs rauwe granen kan afbreken!
  • In de dunne darm, die ook alcalynisch is, worden deze vetten en proteïnes verteerd.

Dit verteringsproces gebeurt sequentiëel. Dit betekent dat de maag processen slechts starten als er geen voedsel meer wordt toegevoegd vanuit de mond. Ons verteringssysteem kan geen twee dingen tegelijk doen. Als we dus binnen het uur (als de maag opgestart is) terug eten, dan STOPT de vertering in de maag en stroomt alles door als AMA! Het “continu” eten van snacks, gespreid over meer dan een uur is dus absoluut af te raden!

Als je te snel eet, kunnen de hogere processen (in de mond) niet goed plaatsvinden.

Als je te langzaam eet, kunnen de lagere processen (in de maag en darmen) niet goed plaatsvinden.

Heb je toch honger tussen twee maaltijden, eet dan iets lichts dat snel verteert (vb: fruitsap) dat zal de digestie (enzymes) niet storen?

Wat eten?

Laat je leiden door je gevoelens maar weet bewust wat je eet.

Wijn of bier drinken bij een maaltijd is geen probleem maar je mag natuurlijk niet overdrijven. Een kleine hoeveelheid alcohol kan de spijsvertering bevorderen. Alcohol wordt echter snel opgenomen in het bloed en stoort de hersenen. Hoeveel je drinkt hangt nu weer af van persoon tot persoon. Een alcoholische drank van 7% bij een maaltijd is echter geen probleem.

Eindproducten van het voedsel

Het voedsel moet energie, weefsels en afscheidingen produceren.

  • energie: hydraten van carbonaten vormen het hoofdaandeel van het voedsel. Ze moeten 60 à 65 procent van ons voedsel vertegenwoordigen. Het lichaam kan carbonaten stockeren.
  • weefsels: weefsels worden gevormd uit proteïnen? Ze moeten 10 à 15 procent van ons voedsel vertegenwoordigen. Ons lichaam kan GEEN proteïnen stockeren. Onze lever elimineert de overschotten als uitwerpselen. Vooral mensen met zwaar werk en zieke mensen moeten voldoende proteïnen eten.
  • afscheidingen: ons voedsel moet voor 30% uit water bestaan en 5 à 10 procent vitamines en mineralen. Ons lichaam kan vitamines en mineralen stockeren.

Vitamines en mineralen

  • Calcium is belangrijk voor de beenderen en de ingewanden. Gedurende de groei en de menopauze moet je veel calcium voorzien (o.a. om osteoperose te vermijden)
  • Vitamine D is ook belangrijk om osteoperose tegen te gaan. Vitamine D wordt door ons lichaam aangemaakt door fotosynthese via het zonlicht.
  • Vitamines ADEK zijn oplosbaar in vetten. Ons lichaam kan die dus opslaan
  • Vitamines BC zijn oplosbaar in water. Ze zijn onstabiel en het lichaam kan ze dus niet opslaan.

Het corrigeren met vitamines heeft enkel zin als tegelijkertijd de ayurvedische regels gerespecteerd worden. Zoniet hebben ze geen effect.

Bron: deze samenvatting is gebaseerd op een voordracht door Dr. Attique (ayurvedisch dokter)

Ritucharya – de 6 seizoenen

In de ayurveda onderscheiden we 6 seizoenen:

  • SHISHIRA (15 jan – 15 mrt) de late winter
  • VASANTA (15 mrt – 15 mei) lente
  • GRISHMA (15 mei – 15 juli) zomer
  • VARSHA (15 juli – 15 sep) regen seizoen
  • SHARADA (15 sep – 15 nov) herfst
  • HEMANTA (15 nov – 15 jan) winter

Deze seizoenen hebben ook een grote uitwerking op onze DOSHAS

SHISHIRA (De late winter) We voelen ons fysisch minder sterk en het risico op ziektes is hoog. Kapha dosha is hoog. Ons verteringsvuur (Jattah Agni) is hoog, neem dus warme voeding, zuivelproducten zijn aangeraden; vermijdt de smaken pikant, bitter, wrang en streef naar de smaken zuur, zout en zoet in je voeding. Pitta dosha is in balans, Vata neemt af. Het ideale seizoen voor warme olie massages.

VASANTA (Lente) Pitta dosha is hoog; ons verteringsvuur neemt af. Nuttig dus goed verteerbaar voedsel. De aangewezen smaken van het voedsel zijn nu net wél pikant, bitter en wrang, terwijl zware maaltijden moeten vermeden worden. Een droge poedermassage (Udvartana) is heilzaam in deze periode. Vata is in balans. Kapha is nog steeds hoog en vraagt aandacht. Zorg er vooral voor dat je veel beweging hebt tijdens dit seizoen.

GRISHMA (Zomer) Pitta neemt terug af, net als Kapha. Vata is nog steeds in balans. Onze fysiek neemt weer af. Vermijdt te zware inspanningen. Ons verteringsvuur gaat naar zijn laagste peil en dat blijft zo ook tijdens het volgende seizoen. Vermijdt dus te zware gerechten en zorg ervoor dat je veel vocht inneemt. De aangewezen voeding is vochtrijk fruit. Vermijdt zout en pikante smaken.

VARSHA (regen seizoen(*1)) Vata is hoog, Kapha is in balans en Pitta neemt nog steeds terug af. Onze fysiek is nog steeds zwak net als ons verteringsvuur. We eten best zuur en zoutrijke voedingen maar zware maaltijden moeten vermeden worden. Warme baden en massages met olie zijn aangewezen in deze periode.

SHARADA (herfst) Kapha en Pitta zijn in balans, Vata is hoog. Ons verteringsvuur neemt weer toe. De aangewezen smaak is zout. Pikant, bitter, astragant en zoet is te vermijden. Vermijdt vet en vlees van waterdieren in dit seizoen. Vlees van landdieren kan wel in dit seizoen. Eet vooral enkel als je honger hebt maar dat is eigenlijk een algemeen geldende regel voor alle seizoenen.

HEMANTA (winter) Kapha en Vata zijn hoog, Pitta is in balans. Ons verteringsvuur is weer normaal. Nu is het de periode van de warme gerechten. Koude gerechten verhogen Vata en moeten vermeden worden. De aangewezen smaken zijn zoet en zout.

Samengevat:

  • Tijdens de winterseizoenen (HEMANTA en SHISHIRA) is ons verteringsvuur AGNI sterk en kunnen we dus warme maaltijden aan.Tijdens deze seizoenen zal het gewicht toenemen.
    KAPHA kan hoog worden tijdens dit seizoen.
  • Tijdens de lente en de herfst (VASANTA en SHARADA) neemt het verteringsvuur af en moeten we opletten wat we eten.
    PITTA kan hoog worden tijdens de lente.
  • Tijdens de zomerseizoenen (GRISHMA en VARSHA) is ons verteringsvuur zwak en moeten we licht verteerbare maaltijden nemen, vooral gebaseerd op fruit. Tijdens deze seizoenen zal het gewicht afnemen, is dat niet zo dan moeten we opletten want er kan een ziekte uit voortvloeien.
    VATA kan hoog worden tijdens de herfst.

(*1) De seizoenen zijn gebaseerd op het klimaat en de seizoenen in Indië maar de raadgevingen zijn uiteraard ook hier van toepassing

Hitbhuk, Mitbhuk en Ritbhuk – de correcte voedingsgewoonte

Hitbhuk

Eet voedsel dat goed is voor de gezondheid. Eet niet alleen voor je tong! Als je enkel eet wat je lekker vindt, zal je je maag bederven en ziek worden.

Mitbhuk

Eet met mate. Eet goed voedsel met de juiste hoeveelheid. Een overdaad aan een bepaald soort voedsel zal je ziek maken. Als je nectar drinkt in overdaad wordt het vergif. Als je zin hebt in vier appels, stop dan na de derde.

Ritbhuk

Het volstaat niet enkel Hitbhuk na te streven. Als je diep spiritueel wil worden is het nodig dat je ook Ritbhuk wordt. Ritbhuk betekent dat het voedsel dat je eet op een eerlijke manier verworven wordt door duurzaam verdiend geld, niet door te bedriegen of te stelen … enz.

Rasa’s (smaken)

In de Ayurveda zijn er 6 “smaken”. Die zijn gevormd vanuit de basiselementen. De ideale maaltijd is samengesteld met een evenwichtig aandeel van alle zes van deze rasa’s.

Deze rasa’s zijn:

  • zoet – MADHURA vb: suiker, melk, honing, rijst, brood, zoete vruchten
  • zuur – AMLA vb: yoghurt, citroen, kaas
  • zout – LAVANA vb: zout
  • pikant, scherp – KATU vb: peper, gember
  • bitter – TIKTA vb: spinazi, koffie, groen bladgroenten
  • wrang, astragant – KAHAYA vb: onrijpe banaan, granaatappel

Afhankelijk van je constitutie (dosha) vermijd je beter het gebruik van bepaalde smaken, of heb je juist baat bij bepaalde smaken. De meeste mensen hebben een combinatie van die constituties maar er kunnen altijd excessen zijn.

Hoe weet je nu of je een exces hebt van een bepaalde dosha?

Voel je je vaak futloos, heb je een trage vertering, slaap je overdreven veel of heb je te kampen met overgewicht, dan is er een grote kans dat dit wijst op een kapha-exces. Vermijdt zoet, zuur en zout en eet meer pikant, bitter en wrang.

Raak je snel gefrustreerd, boos, geïrriteerd of veel té ongeduldig, dan kan dit best wijzen op een pitta-exces. Vermijdt zuur, zout en pikant en eet meer zoet, bitter en wrang.

De fenomenen van personen met een vata-exces zijn: rusteloosheid, moeilijk in slaap geraken, te snel vermoeid zijn, neiging hebben tot constipatie, last van angstgevoelens of te snel zorgen maken, té mager zijn. In dit geval vermijd je dus best pikant, bitter en wrang en nuttig je beter meer eetwaar met zoet, zuur en zout.

De dathus (weefsels)

In de ayurveda spreekt men in de voedsel-verteringsketen van 7 dhatus. (“Weefsels”) namelijk:

  • RASA
  • RAKTA
  • MAMSA
  • MEDA
  • ASTHI
  • MAJJA
  • SHUKRA

Dathus ontstaan telkens dank zij JATHAR AGNI (spijsverteringsvuur)

Vanuit het genuttigde voedsel, ontstaat eerst RASA: de voedingssappen. Het resultaat van RASA is de “voldoening”: de honger is verdwenen, men voelt zich “tevreden”.

Vervolgens, onder invloed van AGNI (= het “verterings-vuur”) ontstaat er RAKTA: het bloed. Het bloed geeft de zuiverheid en de kleur van de huid.

Daarna, opnieuw onder invloed van AGNI ontstaat MAMSA: de spieren. MAMSA zorgt voor de groei en de kracht.

De volgende fase is (telkens weer door middel van AGNI) MEDA: de vetten. MEDA levert zweet maar ook de flexibiliteit van de huid en de schoonheid.

Daarna ontstaat ASTHI: de beenderen. ASTHI levert aan het lichaam zijn vorm maar zorgt ook voor de groei van het haar en de nagels.

Na ASTHI komt MAJJA: de huid, het merg, de omhulsels. MAJJA levert ons de liefde en de affectiviteit.

Tenslotte ontstaan SHUKRA: de charme, voortplantingsorganen, hormonen. SHUKRA geeft ons de verleidingskracht en schoonheid.

Uit het residu van SHUKRA ontstaat een laatste weefsel dat in feite een puur etherisch omhulsel is, namelijk: OJAS. OJAS betekent “licht”: het licht dat ons lichaam uitstraalt, de schoonheid en kracht , de onschuld van het kind. OJAS is eigenlijk onze ware aard: onze persoonlijkheid.

De overgang van de lagere dathu naar een hogere gebeurt dus telkens door middel van JATHAR AGNI: het spijsverteringsvuur. Vandaar dat men in de ayurveda zo’n groot belang hecht aan dit verteringsvuur: als JATHAR AGNI geblokkeerd zit, stroppen alle dathu’s en ontstaan kwalen. De ayurvedische massages zullen steeds focussen op JATHAR AGNI en er naar streven dit verteringsvuur terug aan te wakkeren, zoals ook een haard moet blijven branden om warmte te geven!

De producten van de dathus:

De dathu’s produceren dus:

  • Hun eigen weefselvoeding
  • De voeding voor de volgende dathu
  • Het afvalproduct eigen aan de dahtu (KITTA)
  • Een bijproduct (UPA DATHU)

Bijproducten van de dathus: de UPA DATHUs:

UPA DATHUs zijn producten die nuttig zijn voor het lichaam maar die het niet voeden. De drie UPA DATHUs zijn:

  • ARTAVA (baarmoedervocht, wordt menstruatiebloed)
  • GARBA (het vocht waarin het embryo leeft)
  • STANYA (moedermelk)

Residu (afval) producten van de dathus: de MALAs:

De residus van de spijsvertering en drank noemt men de MALA’s:

  • PURISHA (stoelgang)
  • MUTRA (urine)
  • PRASWEDA (zweet)

Het is van zeer groot belang dat deze MALAs goed geproduceerd worden. Ze geven ook een indicatie over de “gezondheid” van het lichaam.


De trigunas: Sattva, Rajas en Tamas

Ayurveda associëren we meestal met een fysiek gezonde manier van leven: gezond eten, gezonde leefgewoontes, … maar naast deze zorg voor ons fysisch lichaam is het nog belangrijker te zorgen voor de gezondheid van onze geest.

De vedas onderscheiden verschillende niveaus in de mens:

  • De zintuigen (Panca Jnanendriyas)
  • Het verstand (Manas) en het ego (Ahamkara)
  • De intelligentie (Buddhih)
  • De ziel  (Atman)

De zintuigen (Panca Jnanendriyas)

Doen waarnemingen en geven de informatie door aan het geheugen (citta) dat deze informatie ongeordend opslaat. Voorbeeld: hongergevoel in de maag.

Het verstand (Manas)

Staat boven de zintuigen en formuleert embryonale gedachten. 
In ons voorbeeld: “Ik heb honger en ik wil eten”

Het ego (Ahamkara)

Geeft een eigen betekenis aan die waarneming (Vind ik het fijn of niet?). Het ego wordt gestuurd door verlangens en behoeften. In ons voorbeeld: “Honger is geen aangenaam gevoel. Als ik eet kan ik die behoefte bevredigen.”

De intelligentie (Buddhih)

Dit is ons onderscheidingsvermogen. Het beschikt over zowel de informatie van manas als van ons ego maar is bovendien in staat zich hiervan te distantiëren: het staat erboven en weet te overwegen of een uiteindelijke keuze heilzaam is voor ons of niet.
In ons voorbeeld: “Is het wel verstandig om hier te gaan eten? Wil ik wel in dit restaurant binnen gaan?” Het antwoord op deze vraag zal uiteindelijk resulteren in een handeling: gaan eten en het hongergevoel stillen of niet gaan eten en het hongergevoel negeren.

Deze bovenvermelde interactie is NIET beperkt tot de mensen maar tot alle levende wezens.

De ziel  (Atman)

Dit waren de drie individuele niveaus van ons wezen. Daarboven onderscheiden de Veda’s echter nog een veel belangrijker kosmisch niveau van ons eigen wezen: ATMAN, onze ziel. Zij is volgens de Veda’s de “afspiegeling van het Opperste Zijn”. Ze is in ons maar neemt geen actie. Ze is ook niet verantwoordelijk voor onze daden en kan er niet door beschadigd worden. Na onze dood verlaat ze ons lichaam om al dan niet te reïncarneren in een nieuw lichaam.

Daar komen we tot de kern: het al dan niet reïncarneren is afhankelijk van onszelf. De Bhagavad Gita leert ons dat we onsterfelijkheid kunnen bereiken via het pad van de Wijsheid (kennisverwerving door meditatie) of via het pad van het Juiste Handelen (door een correct leven).

Hierbij worden we echter gestoord door de triguna’s: SATTVA, RAJAS en TAMAS die constant ons dagelijks doen en laten domineren!

SATTVA staat voor “zuiverheid”. Ze is sterk en onkwetsbaar en bindt de mensen door haar verlangen naar geluk en inzicht. Sattva brengt geluk.

RAJAS staat voor “passie”. Ze ontstaat door onze dorst naar genot, gehechtheid, hebzucht en verblindt vaak de ziel door haar drang naar actie en gerichtheid op eigenbelang. Rajas brengt opwinding maar uiteindelijk resulteert ze in verdriet.

TAMAS staat voor “onwetendheid”. Ze is het product van de duisternis, stompt de zinnen af en bindt ons met dwaze gedachten, luiheid en diepe slaap. Uiteindelijk zal Tamas leiden tot mislukking en duisternis.

Dit betekent nu niet dat we moeten kiezen voor een puur Sattva leven: we hebben de trigunas nodig maar niet in gelijke mate. Sattva moet overwegen op de twee andere. Rajas hebben we ook nodig om te overleven, om onze levensdoelen te realiseren, voor het dagelijkse “brood op de plank” maar ook voor het ondernemen van de juiste actie. Tamas hebben we ook nodig om te rusten: zoals bij onze dagelijkse slaap, een moment van verpozing, even lekker luieren tijdens een welverdiende vakantie.

Maar we moeten er dus zeker naar streven ons in ons leven niet te laten meeslepen door Rajas in een spiraal van direct gewin en eigenbelang en nog minder door Tamas door het negeren van onze verplichtingen in een lui en lethargisch bestaan.

Als Sattva afneemt en Rajas en Tamas nemen toe, ontstaan er problemen. Ons mentaal evenwicht is dan verstoord en we kunnen minder en minder het kwade van het goede onderscheiden. Als deze situatie langere tijd blijft aanhouden wordt onze geest gestresseerd wat kan leiden tot stoornissen zoals angsten en depressies.

Maar als Sattva domineert doordat we er in slagen te leven op een serene en eerlijke wijze, met respect en empathie voor de andere, met tijd voor onszelf en onze geestelijke ontwikkeling, dan wordt die zware inspanning (want Rajas en Tamas verminderen is niet zo eenvoudig) ruimschoots beloond door een permanent gevoel van welzijn, geluk en harmonie, zowel in onze geest als in ons lichaam.

Wat je moet weten over de ayurveda – De tri doshas

De Ayurveda is doorspect met sanskriet woorden (doshas, gunas, …) maar laat je daardoor niet afschrikken. Er zijn een paar vaste begrippen die steeds terugkeren en de hele visie steekt heel logisch in elkaar. Toch wel merkwaardig voor een traditionele wetenschap van 5000 jaar voor christus!

Als basis moet je weten dat er volgens de ayurveda 5 universele elementen zijn (Panca Mahabhuta’s):

  • Ether (Akasha)
  • Lucht (Vayu)
  • Vuur (Agni)
  • Water (Apas)
  • Aarde (Prtihvi)

Doshas

Alles wat leeft op aarde is opgebouwd uit deze elementen maar bepaalde elementen kunnen meer doorwegen dan andere. Daarom onderscheiden we drie basistypes (doshas):

  • Kapha (Aarde + Water)
  • Pitta (Water + Vuur)
  • Vata (Lucht + Ether)

Ook de mensen kunnen in deze 3 types ingedeeld worden maar meestal zijn we combinaties van deze types. Als één van deze doshas domineert spreekt men echter van een kapha-type, pitta-type, vata-type. De basiskenmerken van deze drie types zijn:

  • Kapha-type: houdt van structuur en zekerheid in het leven.
  • Pitta-type: houden van avontuur en risico.
  • Vata-type: zijn de creatievelingen onder ons, steeds op zoek, voelen zich nergens “echt thuis”

Je huidige constitutie

Welk type je bent is niet belangrijk maar je moet je wel goed in je vel voelen en dat kan slechts door daar ook zo gepast mogelijk naar te leven. Daarom moet je nog twee begrippen kennen: de “prakruti” en de “vikruti”

Prakruti betekent de natuurlijke aanleg waarmee we geboren zijn. Die wordt bepaald bij de conceptie en blijft je hele leven dezelfde. Er zijn inderdaad kapha-, pitta- en vata-babies en daar is helemaal niets mis mee!

Vikruti betekent de constitutie die we NU hebben. We evolueren namelijk in ons leven? Door externe omstandigheden moeten we ons voortdurend aanpassen en zo ontstaat de huidige constitutie: de vikruti. Deze benadert best zoveel mogelijk de prakruti. Je kan je indenken dat een kapha-baby die later een vata-levensstijl krijgt zich daarbij niet comfortabel zal voelen.

En door deze “mismatch” ontstaan de problemen: ziektes, kwaaltjes, … 

Het enige wat je daaraan kan doen is nadenken over je levensstijl (levensgewoontes, eetgewoontes, beroepskeuze, …) en daar wat proberen aan te doen. Al zal het besef dat je problemen voortspruiten uit deze mismatch ook al een heel belangrijk inzicht verschaffen.

Door deze mismatch ontstaan ook blokkeringen in de energiestromen: het zich “niet goed voelen” is eigenlijk niets anders dan de energie in ons lichaam die stokt en lokaal problemen begint te veroorzaken.

Leidraad

Vaak staan we in ons leven voor prangende keuzes en moeilijke conflicterende beslissingen. De oplossing voor die keuzes ligt echter niet buiten maar in onszelf. We dragen allemaal de kern van de waarheid in ons, onze beste raadgever zit diep in ons: hij is ons eigen “IK” en die blijft trouw bij ons van bij onze geboorte tot ons levenseinde en zelfs daarna. In de veda’s noemt men het: “Ananda”: onze ziel.

Vanuit die gedachte volgen hier een viertal statements die moeten helpen om de juiste keuzes te maken.

Statement 1: aanvaard jezelf zoals je bent en probeer jezelf niet te veranderen

We willen allemaal “werken aan onszelf” met het doel van onszelf een beter persoon te maken. Dat is echter niet mogelijk. Een kat blijft een kat en zal altijd vlees stelen, hoe goed je haar ook dresseert. Onszelf is een gegevenheid. We worden geboren met gaven en gebreken en kunnen die niet aanpassen. Het enige wat we wél kunnen doen is onze daden aanpassen. We moeten naar het betere streven door onze daden aan te passen en niet door te proberen van onszelf een andere persoonlijkheid te maken. Een dief zal altijd de neiging hebben om te stelen maar het is zijn karma om zich daarvan bewust te zijn en het zijn leven lang te onderdrukken. Maar zo is ook goedheid een gegevenheid en niet altijd een verdienste. Wie zich zo kan bijsturen dat hij in zijn daden goed is voor de medemens heeft een grotere verdienste dan hij die met dit talent geboren is en gewoon maar doet wat eigenlijk zijn gewone aard is.

Statement 2: doe alles vanuit je ziel

Je ziel (Ananda) is je enige en volstrekt betrouwbare gids. Als je een daad moet stellen en je twijfelt: ga dan na of je je in je diepste ziel daar goed bij voelt en oordeel niet op basis van wat algemeen als goed of slecht aangenomen wordt. De gemeenschap heeft natuurlijk haar regels en wetten, om een goede gemeenschap goed te laten blijven functioneren maar soms kunnen jouw beslissingen of daden daar niet mee overeenstemmen en toch de juiste zijn, omdat je die in je diepste zelf als goed ervaart en goedkeurt.

Wat je ook doet: je dagelijkse werk, ontspanning, een reis, een karwei, … doe alles vanuit je ziel en je zal er maximale vreugde door verwerven. Wat je ziel niet kan accepteren, wat conflicteert met wat je ziel door haar aard is: doe dat dan ook niet.

Statement 3: vermijdt TAMAS, verlaag RAJAS, verhoog SATTVA

Tamas, Rajas en Sattva zijn de drie guna’s (statussen) van de ziel. Tamas is inertie: het “niets” doen, Rajas is passie, Sattva is spiritualiteit.

Tijdens je leven moet je evolueren: schiet in actie en ga aan de slag, volg je karma en onderneem actie. Passie is de noodzakelijke “adrenaline” om door het leven te gaan: het is het bloed in onze aderen, onze drang naar zelfrealisatie en naar voortplanting. Rajas schenkt genot maar zal uiteindelijk niet leiden tot een permanente toestand van “geluk”: daarvoor is méér nodig: de spirituele zelfrealisatie. Het gevoel iets te betekenen in het geheel van de schepping. Het opstijgen vanuit ons bestaan. Naarmate je ouder wordt hoef je dus jezelf niet te bewijzen door een aangezwengeld Rajas, integendeel: neem wat gas terug en keer je blik naar binnen: ervaar het mooie in jezelf en in wat je omgeeft: voel dat je een deel van de schepping bent: niets méér maar ook niets minder!

Statement 4: maak keuze in je daden, maak geen keuze tussen personen

Oordeel niet over anderen en maak geen keuzes tussen met wie je wél en met wie je niet wil door het leven gaan: ieder wezen, dus zeker ieder mens is een reflectie van het allerhoogste (Purisha) en de ene reflectie is al krachtiger dan de andere. Daarom is de ene mens aantrekkelijker dan de andere maar als je er in slaagt het goede te zien in ieder mens, dan zal je zien dat ieder mens de moeite waard is om te ontdekken. In ons leven kruisen talrijke mensen onze wegen en vaak denken we dan dat we moeten kiezen tussen die mensen. Dat is niet het geval: we hebben een taak tegenover ieder die we ontmoeten. Behandel iedereen die je ontmoet op de juiste manier: kies dus de juiste daden tegenover elk van die mensen die je ontmoet. Ze hebben allen een rol in ons leven en het vraagt van ons telkens alleen maar de juiste daden te kiezen om onze relatie met die persoon op een manier te laten verlopen waarbij we ons in ons diepste zelf goed  voelen en kunnen verzoenen.

— Tekst gebasseerd op de commentaren van Dr. Govind Rajpoot —


Het recept voor geluk

We hebben allemaal een drang naar geluk en geluk is de enige reden van ons bestaan, maar dat geluk zit enkel in onszelf. We denken: “Als ik maar dit of dat heb, dan zal ik gelukkig zijn.” Maar zodra we het verworven hebben, is er weer een drang naar wat anders. En zo hangt het “geluk” altijd als een worteltje aan een touw voor onze neus dat steeds verder getrokken wordt. En als ook het moment, waar we zo naar uitkeken, er eindelijk is, dan gaat de tijd zo snel en is het alweer voorbij en voelen we ons weer ongelukkig omdat het weer weg is en omdat het nog zo lang duurt voor het moment er weer komt. Zo blijven we steeds ongelukkig … tenminste zolang we het geluk zoeken buiten onszelf.

Maar het geluk zit NIET buiten onszelf maar IN onszelf: in onze hersenen. Daar zit het stofje dat ons gelukkig maakt (of niet). We moeten er ons alleen maar bewust van zijn: als we gewoon genieten van wat we doen, van wat we zien, ruiken, beleven, hoe eenvoudig ook: de geur van een warme tas koffie, de frisse lucht, de zon die door het raam schijnt, de kamer die netjes opgeruimd is. 

En die mooie momenten dan waar we naar verlangen? Daar kunnen we NU ook al van genieten: gewoon door ons voor te stellen hoe het zal voelen als dat moment er is en ons diep op dat gevoel concentreren en ervan genieten. 

En die mooie momenten die voorbij zijn? Ook daar kunnen we NU van genieten, gewoon door ze in gedachten opnieuw te beleven: de warmte, de zachtheid, de geur, de schoonheid van dat moment.

Zo hebben we in feite de middelen om van elk moment te genieten en iedere dag gelukkig te zijn en niet ongelukkig door wat voorbij is of waar we nog veel te lang moeten op wachten.

Johan