Rasa’s (smaken)

In de Ayurveda zijn er 6 “smaken”. Die zijn gevormd vanuit de basiselementen. De ideale maaltijd is samengesteld met een evenwichtig aandeel van alle zes van deze rasa’s.

Deze rasa’s zijn:

  • zoet – MADHURA vb: suiker, melk, honing, rijst, brood, zoete vruchten
  • zuur – AMLA vb: yoghurt, citroen, kaas
  • zout – LAVANA vb: zout
  • pikant, scherp – KATU vb: peper, gember
  • bitter – TIKTA vb: spinazi, koffie, groen bladgroenten
  • wrang, astragant – KAHAYA vb: onrijpe banaan, granaatappel

Afhankelijk van je constitutie (dosha) vermijd je beter het gebruik van bepaalde smaken, of heb je juist baat bij bepaalde smaken. De meeste mensen hebben een combinatie van die constituties maar er kunnen altijd excessen zijn.

Hoe weet je nu of je een exces hebt van een bepaalde dosha?

Voel je je vaak futloos, heb je een trage vertering, slaap je overdreven veel of heb je te kampen met overgewicht, dan is er een grote kans dat dit wijst op een kapha-exces. Vermijdt zoet, zuur en zout en eet meer pikant, bitter en wrang.

Raak je snel gefrustreerd, boos, geïrriteerd of veel té ongeduldig, dan kan dit best wijzen op een pitta-exces. Vermijdt zuur, zout en pikant en eet meer zoet, bitter en wrang.

De fenomenen van personen met een vata-exces zijn: rusteloosheid, moeilijk in slaap geraken, te snel vermoeid zijn, neiging hebben tot constipatie, last van angstgevoelens of te snel zorgen maken, té mager zijn. In dit geval vermijd je dus best pikant, bitter en wrang en nuttig je beter meer eetwaar met zoet, zuur en zout.

De dathus (weefsels)

In de ayurveda spreekt men in de voedsel-verteringsketen van 7 dhatus. (“Weefsels”) namelijk:

  • RASA
  • RAKTA
  • MAMSA
  • MEDA
  • ASTHI
  • MAJJA
  • SHUKRA

Dathus ontstaan telkens dank zij JATHAR AGNI (spijsverteringsvuur)

Vanuit het genuttigde voedsel, ontstaat eerst RASA: de voedingssappen. Het resultaat van RASA is de “voldoening”: de honger is verdwenen, men voelt zich “tevreden”.

Vervolgens, onder invloed van AGNI (= het “verterings-vuur”) ontstaat er RAKTA: het bloed. Het bloed geeft de zuiverheid en de kleur van de huid.

Daarna, opnieuw onder invloed van AGNI ontstaat MAMSA: de spieren. MAMSA zorgt voor de groei en de kracht.

De volgende fase is (telkens weer door middel van AGNI) MEDA: de vetten. MEDA levert zweet maar ook de flexibiliteit van de huid en de schoonheid.

Daarna ontstaat ASTHI: de beenderen. ASTHI levert aan het lichaam zijn vorm maar zorgt ook voor de groei van het haar en de nagels.

Na ASTHI komt MAJJA: de huid, het merg, de omhulsels. MAJJA levert ons de liefde en de affectiviteit.

Tenslotte ontstaan SHUKRA: de charme, voortplantingsorganen, hormonen. SHUKRA geeft ons de verleidingskracht en schoonheid.

Uit het residu van SHUKRA ontstaat een laatste weefsel dat in feite een puur etherisch omhulsel is, namelijk: OJAS. OJAS betekent “licht”: het licht dat ons lichaam uitstraalt, de schoonheid en kracht , de onschuld van het kind. OJAS is eigenlijk onze ware aard: onze persoonlijkheid.

De overgang van de lagere dathu naar een hogere gebeurt dus telkens door middel van JATHAR AGNI: het spijsverteringsvuur. Vandaar dat men in de ayurveda zo’n groot belang hecht aan dit verteringsvuur: als JATHAR AGNI geblokkeerd zit, stroppen alle dathu’s en ontstaan kwalen. De ayurvedische massages zullen steeds focussen op JATHAR AGNI en er naar streven dit verteringsvuur terug aan te wakkeren, zoals ook een haard moet blijven branden om warmte te geven!

De producten van de dathus:

De dathu’s produceren dus:

  • Hun eigen weefselvoeding
  • De voeding voor de volgende dathu
  • Het afvalproduct eigen aan de dahtu (KITTA)
  • Een bijproduct (UPA DATHU)

Bijproducten van de dathus: de UPA DATHUs:

UPA DATHUs zijn producten die nuttig zijn voor het lichaam maar die het niet voeden. De drie UPA DATHUs zijn:

  • ARTAVA (baarmoedervocht, wordt menstruatiebloed)
  • GARBA (het vocht waarin het embryo leeft)
  • STANYA (moedermelk)

Residu (afval) producten van de dathus: de MALAs:

De residus van de spijsvertering en drank noemt men de MALA’s:

  • PURISHA (stoelgang)
  • MUTRA (urine)
  • PRASWEDA (zweet)

Het is van zeer groot belang dat deze MALAs goed geproduceerd worden. Ze geven ook een indicatie over de “gezondheid” van het lichaam.


De trigunas: Sattva, Rajas en Tamas

Ayurveda associëren we meestal met een fysiek gezonde manier van leven: gezond eten, gezonde leefgewoontes, … maar naast deze zorg voor ons fysisch lichaam is het nog belangrijker te zorgen voor de gezondheid van onze geest.

De vedas onderscheiden verschillende niveaus in de mens:

  • De zintuigen (Panca Jnanendriyas)
  • Het verstand (Manas) en het ego (Ahamkara)
  • De intelligentie (Buddhih)
  • De ziel  (Atman)

De zintuigen (Panca Jnanendriyas)

Doen waarnemingen en geven de informatie door aan het geheugen (citta) dat deze informatie ongeordend opslaat. Voorbeeld: hongergevoel in de maag.

Het verstand (Manas)

Staat boven de zintuigen en formuleert embryonale gedachten. 
In ons voorbeeld: “Ik heb honger en ik wil eten”

Het ego (Ahamkara)

Geeft een eigen betekenis aan die waarneming (Vind ik het fijn of niet?). Het ego wordt gestuurd door verlangens en behoeften. In ons voorbeeld: “Honger is geen aangenaam gevoel. Als ik eet kan ik die behoefte bevredigen.”

De intelligentie (Buddhih)

Dit is ons onderscheidingsvermogen. Het beschikt over zowel de informatie van manas als van ons ego maar is bovendien in staat zich hiervan te distantiëren: het staat erboven en weet te overwegen of een uiteindelijke keuze heilzaam is voor ons of niet.
In ons voorbeeld: “Is het wel verstandig om hier te gaan eten? Wil ik wel in dit restaurant binnen gaan?” Het antwoord op deze vraag zal uiteindelijk resulteren in een handeling: gaan eten en het hongergevoel stillen of niet gaan eten en het hongergevoel negeren.

Deze bovenvermelde interactie is NIET beperkt tot de mensen maar tot alle levende wezens.

De ziel  (Atman)

Dit waren de drie individuele niveaus van ons wezen. Daarboven onderscheiden de Veda’s echter nog een veel belangrijker kosmisch niveau van ons eigen wezen: ATMAN, onze ziel. Zij is volgens de Veda’s de “afspiegeling van het Opperste Zijn”. Ze is in ons maar neemt geen actie. Ze is ook niet verantwoordelijk voor onze daden en kan er niet door beschadigd worden. Na onze dood verlaat ze ons lichaam om al dan niet te reïncarneren in een nieuw lichaam.

Daar komen we tot de kern: het al dan niet reïncarneren is afhankelijk van onszelf. De Bhagavad Gita leert ons dat we onsterfelijkheid kunnen bereiken via het pad van de Wijsheid (kennisverwerving door meditatie) of via het pad van het Juiste Handelen (door een correct leven).

Hierbij worden we echter gestoord door de triguna’s: SATTVA, RAJAS en TAMAS die constant ons dagelijks doen en laten domineren!

SATTVA staat voor “zuiverheid”. Ze is sterk en onkwetsbaar en bindt de mensen door haar verlangen naar geluk en inzicht. Sattva brengt geluk.

RAJAS staat voor “passie”. Ze ontstaat door onze dorst naar genot, gehechtheid, hebzucht en verblindt vaak de ziel door haar drang naar actie en gerichtheid op eigenbelang. Rajas brengt opwinding maar uiteindelijk resulteert ze in verdriet.

TAMAS staat voor “onwetendheid”. Ze is het product van de duisternis, stompt de zinnen af en bindt ons met dwaze gedachten, luiheid en diepe slaap. Uiteindelijk zal Tamas leiden tot mislukking en duisternis.

Dit betekent nu niet dat we moeten kiezen voor een puur Sattva leven: we hebben de trigunas nodig maar niet in gelijke mate. Sattva moet overwegen op de twee andere. Rajas hebben we ook nodig om te overleven, om onze levensdoelen te realiseren, voor het dagelijkse “brood op de plank” maar ook voor het ondernemen van de juiste actie. Tamas hebben we ook nodig om te rusten: zoals bij onze dagelijkse slaap, een moment van verpozing, even lekker luieren tijdens een welverdiende vakantie.

Maar we moeten er dus zeker naar streven ons in ons leven niet te laten meeslepen door Rajas in een spiraal van direct gewin en eigenbelang en nog minder door Tamas door het negeren van onze verplichtingen in een lui en lethargisch bestaan.

Als Sattva afneemt en Rajas en Tamas nemen toe, ontstaan er problemen. Ons mentaal evenwicht is dan verstoord en we kunnen minder en minder het kwade van het goede onderscheiden. Als deze situatie langere tijd blijft aanhouden wordt onze geest gestresseerd wat kan leiden tot stoornissen zoals angsten en depressies.

Maar als Sattva domineert doordat we er in slagen te leven op een serene en eerlijke wijze, met respect en empathie voor de andere, met tijd voor onszelf en onze geestelijke ontwikkeling, dan wordt die zware inspanning (want Rajas en Tamas verminderen is niet zo eenvoudig) ruimschoots beloond door een permanent gevoel van welzijn, geluk en harmonie, zowel in onze geest als in ons lichaam.

Wat je moet weten over de ayurveda – De tri doshas

De Ayurveda is doorspect met sanskriet woorden (doshas, gunas, …) maar laat je daardoor niet afschrikken. Er zijn een paar vaste begrippen die steeds terugkeren en de hele visie steekt heel logisch in elkaar. Toch wel merkwaardig voor een traditionele wetenschap van 5000 jaar voor christus!

Als basis moet je weten dat er volgens de ayurveda 5 universele elementen zijn (Panca Mahabhuta’s):

  • Ether (Akasha)
  • Lucht (Vayu)
  • Vuur (Agni)
  • Water (Apas)
  • Aarde (Prtihvi)

Doshas

Alles wat leeft op aarde is opgebouwd uit deze elementen maar bepaalde elementen kunnen meer doorwegen dan andere. Daarom onderscheiden we drie basistypes (doshas):

  • Kapha (Aarde + Water)
  • Pitta (Water + Vuur)
  • Vata (Lucht + Ether)

Ook de mensen kunnen in deze 3 types ingedeeld worden maar meestal zijn we combinaties van deze types. Als één van deze doshas domineert spreekt men echter van een kapha-type, pitta-type, vata-type. De basiskenmerken van deze drie types zijn:

  • Kapha-type: houdt van structuur en zekerheid in het leven.
  • Pitta-type: houden van avontuur en risico.
  • Vata-type: zijn de creatievelingen onder ons, steeds op zoek, voelen zich nergens “echt thuis”

Je huidige constitutie

Welk type je bent is niet belangrijk maar je moet je wel goed in je vel voelen en dat kan slechts door daar ook zo gepast mogelijk naar te leven. Daarom moet je nog twee begrippen kennen: de “prakruti” en de “vikruti”

Prakruti betekent de natuurlijke aanleg waarmee we geboren zijn. Die wordt bepaald bij de conceptie en blijft je hele leven dezelfde. Er zijn inderdaad kapha-, pitta- en vata-babies en daar is helemaal niets mis mee!

Vikruti betekent de constitutie die we NU hebben. We evolueren namelijk in ons leven? Door externe omstandigheden moeten we ons voortdurend aanpassen en zo ontstaat de huidige constitutie: de vikruti. Deze benadert best zoveel mogelijk de prakruti. Je kan je indenken dat een kapha-baby die later een vata-levensstijl krijgt zich daarbij niet comfortabel zal voelen.

En door deze “mismatch” ontstaan de problemen: ziektes, kwaaltjes, … 

Het enige wat je daaraan kan doen is nadenken over je levensstijl (levensgewoontes, eetgewoontes, beroepskeuze, …) en daar wat proberen aan te doen. Al zal het besef dat je problemen voortspruiten uit deze mismatch ook al een heel belangrijk inzicht verschaffen.

Door deze mismatch ontstaan ook blokkeringen in de energiestromen: het zich “niet goed voelen” is eigenlijk niets anders dan de energie in ons lichaam die stokt en lokaal problemen begint te veroorzaken.

Leidraad

Vaak staan we in ons leven voor prangende keuzes en moeilijke conflicterende beslissingen. De oplossing voor die keuzes ligt echter niet buiten maar in onszelf. We dragen allemaal de kern van de waarheid in ons, onze beste raadgever zit diep in ons: hij is ons eigen “IK” en die blijft trouw bij ons van bij onze geboorte tot ons levenseinde en zelfs daarna. In de veda’s noemt men het: “Ananda”: onze ziel.

Vanuit die gedachte volgen hier een viertal statements die moeten helpen om de juiste keuzes te maken.

Statement 1: aanvaard jezelf zoals je bent en probeer jezelf niet te veranderen

We willen allemaal “werken aan onszelf” met het doel van onszelf een beter persoon te maken. Dat is echter niet mogelijk. Een kat blijft een kat en zal altijd vlees stelen, hoe goed je haar ook dresseert. Onszelf is een gegevenheid. We worden geboren met gaven en gebreken en kunnen die niet aanpassen. Het enige wat we wél kunnen doen is onze daden aanpassen. We moeten naar het betere streven door onze daden aan te passen en niet door te proberen van onszelf een andere persoonlijkheid te maken. Een dief zal altijd de neiging hebben om te stelen maar het is zijn karma om zich daarvan bewust te zijn en het zijn leven lang te onderdrukken. Maar zo is ook goedheid een gegevenheid en niet altijd een verdienste. Wie zich zo kan bijsturen dat hij in zijn daden goed is voor de medemens heeft een grotere verdienste dan hij die met dit talent geboren is en gewoon maar doet wat eigenlijk zijn gewone aard is.

Statement 2: doe alles vanuit je ziel

Je ziel (Ananda) is je enige en volstrekt betrouwbare gids. Als je een daad moet stellen en je twijfelt: ga dan na of je je in je diepste ziel daar goed bij voelt en oordeel niet op basis van wat algemeen als goed of slecht aangenomen wordt. De gemeenschap heeft natuurlijk haar regels en wetten, om een goede gemeenschap goed te laten blijven functioneren maar soms kunnen jouw beslissingen of daden daar niet mee overeenstemmen en toch de juiste zijn, omdat je die in je diepste zelf als goed ervaart en goedkeurt.

Wat je ook doet: je dagelijkse werk, ontspanning, een reis, een karwei, … doe alles vanuit je ziel en je zal er maximale vreugde door verwerven. Wat je ziel niet kan accepteren, wat conflicteert met wat je ziel door haar aard is: doe dat dan ook niet.

Statement 3: vermijdt TAMAS, verlaag RAJAS, verhoog SATTVA

Tamas, Rajas en Sattva zijn de drie guna’s (statussen) van de ziel. Tamas is inertie: het “niets” doen, Rajas is passie, Sattva is spiritualiteit.

Tijdens je leven moet je evolueren: schiet in actie en ga aan de slag, volg je karma en onderneem actie. Passie is de noodzakelijke “adrenaline” om door het leven te gaan: het is het bloed in onze aderen, onze drang naar zelfrealisatie en naar voortplanting. Rajas schenkt genot maar zal uiteindelijk niet leiden tot een permanente toestand van “geluk”: daarvoor is méér nodig: de spirituele zelfrealisatie. Het gevoel iets te betekenen in het geheel van de schepping. Het opstijgen vanuit ons bestaan. Naarmate je ouder wordt hoef je dus jezelf niet te bewijzen door een aangezwengeld Rajas, integendeel: neem wat gas terug en keer je blik naar binnen: ervaar het mooie in jezelf en in wat je omgeeft: voel dat je een deel van de schepping bent: niets méér maar ook niets minder!

Statement 4: maak keuze in je daden, maak geen keuze tussen personen

Oordeel niet over anderen en maak geen keuzes tussen met wie je wél en met wie je niet wil door het leven gaan: ieder wezen, dus zeker ieder mens is een reflectie van het allerhoogste (Purisha) en de ene reflectie is al krachtiger dan de andere. Daarom is de ene mens aantrekkelijker dan de andere maar als je er in slaagt het goede te zien in ieder mens, dan zal je zien dat ieder mens de moeite waard is om te ontdekken. In ons leven kruisen talrijke mensen onze wegen en vaak denken we dan dat we moeten kiezen tussen die mensen. Dat is niet het geval: we hebben een taak tegenover ieder die we ontmoeten. Behandel iedereen die je ontmoet op de juiste manier: kies dus de juiste daden tegenover elk van die mensen die je ontmoet. Ze hebben allen een rol in ons leven en het vraagt van ons telkens alleen maar de juiste daden te kiezen om onze relatie met die persoon op een manier te laten verlopen waarbij we ons in ons diepste zelf goed  voelen en kunnen verzoenen.

— Tekst gebasseerd op de commentaren van Dr. Govind Rajpoot —


Het recept voor geluk

We hebben allemaal een drang naar geluk en geluk is de enige reden van ons bestaan, maar dat geluk zit enkel in onszelf. We denken: “Als ik maar dit of dat heb, dan zal ik gelukkig zijn.” Maar zodra we het verworven hebben, is er weer een drang naar wat anders. En zo hangt het “geluk” altijd als een worteltje aan een touw voor onze neus dat steeds verder getrokken wordt. En als ook het moment, waar we zo naar uitkeken, er eindelijk is, dan gaat de tijd zo snel en is het alweer voorbij en voelen we ons weer ongelukkig omdat het weer weg is en omdat het nog zo lang duurt voor het moment er weer komt. Zo blijven we steeds ongelukkig … tenminste zolang we het geluk zoeken buiten onszelf.

Maar het geluk zit NIET buiten onszelf maar IN onszelf: in onze hersenen. Daar zit het stofje dat ons gelukkig maakt (of niet). We moeten er ons alleen maar bewust van zijn: als we gewoon genieten van wat we doen, van wat we zien, ruiken, beleven, hoe eenvoudig ook: de geur van een warme tas koffie, de frisse lucht, de zon die door het raam schijnt, de kamer die netjes opgeruimd is. 

En die mooie momenten dan waar we naar verlangen? Daar kunnen we NU ook al van genieten: gewoon door ons voor te stellen hoe het zal voelen als dat moment er is en ons diep op dat gevoel concentreren en ervan genieten. 

En die mooie momenten die voorbij zijn? Ook daar kunnen we NU van genieten, gewoon door ze in gedachten opnieuw te beleven: de warmte, de zachtheid, de geur, de schoonheid van dat moment.

Zo hebben we in feite de middelen om van elk moment te genieten en iedere dag gelukkig te zijn en niet ongelukkig door wat voorbij is of waar we nog veel te lang moeten op wachten.

Johan

Leven volgens dharma om moksha te bereiken

“Ziekte is de oorzaak van het einde van het leven. Ziekte is een hinderpaal voor datgene wat een menselijk leven nodig heeft (dharma, artha, kama en moksha (*1))” Zodra deze woorden uitgesproken waren, concentreerden ze zich erop. In hun meditatie zagen ze Indra als hun redder. Er is maar één god onder de goden die ons kan uitleggen over welke middelen we beschikken om ziektes te genezen. Wie zou er naar Indra moeten gaan om Hem raad te vragen?

(Charaka Samhita – Hfdst I – vers 16-18)

Het “leven” in de ayurveda begint met de geboorte en eindigt met een ziekte maar na elke ziekte, zodra we dus weer gezond worden, begint er een nieuw leven. Met de wens: “een lang leven” verwijst men dus naar een lange periode van gezond zijn. Uiteindelijk komt er een einde aan ons biologisch leven, als ons biologisch systeem zijn taak volbracht heeft.

We krijgen dus meerdere kansen in ons leven: tussen geboorte en dood zitten meerdere levens. 

Als je mentaal nog problemen hebt met zaken uit het verleden, dan is dat omdat je na dat eerste leven nog altijd geen punt gezet hebt (mentaal). Probeer het af te sluiten als een hoofdstuk in een boek. Je lichaam is al op goede weg, je geest moet nog die inspanning doen. Beter nog: zodra je geest hiermee in het reine gekomen is (met de gedachte dat al die “miserie” uit een “vorig leven” stamt dat nu afgesloten is en best opgeborgen wordt omdat het nu niet meer van toepassing is, zal je in staat zijn mentaal te genezen en dan zal je lichaam vanzelf volgen en ook weer gezond worden. Richt je blik op de toekomst en werp je ziel al in het “nieuwe leven” met “nieuwe mensen, een nieuwe omgeving, nieuwe omstandigheden”. Je geest en je lichaam zal dat snel volgen want eigenlijk hunkert je geest en je lichaam naar die rust en vrede.

Hoe je dat moet doen, zal je zelf moeten ontdekken maar zodra je het gedaan hebt,  is het een wedergeboorte en zal je kunnen zeggen: “Nu pas heb ik tenminste een leven”.

— Tekst gebasseerd op de commentaren van Dr. Govind Rajpoot —

————————-

*1: Dharma (het nobel leven, persoonlijke ontwikkeling), Artha (welstand en materiële basis) en Kama (verlangens, familie …) vormen de basis van een evolutie tot het einddoel: Moksha, de bevrijding.